Men kan Valsavarenche in het voorjaar bezoeken, wanneer de lauwe
wind vanuit de vallei de eerste alpenklokjes die boven de sneeuw
uitsteken streelt, terwijl daarboven, op het dikke sneeuwdek,
skiliefhebbers buiten de gebruikelijke pistes hun vrijheid beproeven.
Of gedurende de zomer, wanneer de steenbok en de gems reeds naar de hoger gelegen
almen zijn vertrokken en het leven in de alpenweide terugkeert, de bergbeken klateren
en de blauwe ogen van de alpenmeren de laatste winterlaag van zich afschudden
en zich heropenen om het profiel van de bergtoppen te weerspiegelen, en de verleiding
lonkt naar altijd gedroomde excursies.
In de herfst, wanneer de lucht helderder is, komt de zomereuforie
tot rust en is een extra trui voldoende om het verfijnde genot te
herstellen van het contact met de natuur die de mens heeft kunnen respecteren:
de marmot bereidt zijn winterslaap voor en wij treffen ons ’s avonds om gezellig
van een glaasje grappa te genieten in gezelschap van vrienden vol verhalen.
‘S winters, wanneer de sneeuw fonkelt en in de zonovergoten stilte van de
stralend witte hoogvlakten het snelle gekraak van smalle ski’s hoorbaar wordt,
wanneer we ons bevoorrecht voelen en dit gevoel van volkomenheid met iemand
willen delen: de vreugde bij terugkeer van een uitnodigende tafel, en de
aangename ontdekking van een eenvoudige maar verfijnde keuken,
bij een knapperend haardvuur.
|